Maandag 26 augustus 2019

Voorstel wijziging excretieforfaits per 2020

Medio juli is een voorstel tot wijziging van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet gepubliceerd met daarin een actualisatie van forfaitaire excretie van stikstof en fosfaat. Over het algemeen dalen de fosfaatnormen met enkele procenten. De stikstofnormen zijn, door een andere berekeningsmethode van gasvormige verliezen, veelal flink lager en dan met name bij dieren op vaste mest. Andere wijziging is dat de omschrijving van enkele diercategorieën wordt aangepast.

Aanpassingen fosfaat- en stikstofexcretie rundvee
De melkproductieklassen minder dan 5.624 en meer dan 10.624 kg melk per koe per jaar vervallen en zowel aan de onder- als aan de bovenkant worden klassen toegevoegd waardoor na invoering van deze regeling de laagste klasse minder dan 2.625 kg melk per koe wordt en de hoogste
meer dan 15.124 kg melk per koe per jaar. Dit kan forse consequenties hebben voor het aantal benodigde fosfaatrechten voor bedrijven met een hoge of een lage productie per koe.

Andere wijzigingen zijn:

  • opsplitsing diercategorie 102 in de categorieën 102 (jongvee 1 tot 2 jaar) en 103 (jongvee ouder dan 2 jaar);

  • opsplitsing diercategorie 122 in de categorieën 121 (overig vleesvee tot 1 jaar) en 122 (overig vleesvee van 1 jaar tot de slacht). Per saldo leidt dit meestal tot een hogere fosfaat- en stikstofexcretie ten opzichte van de ‘oude norm”.
Wijzigingen omschrijving diercategorieën rundvee
Bij de uitvoering van het fosfaatrechtenstelsel is gebleken dat de omschrijving van de diercategorieën op verschillende manieren kan worden geïnterpreteerd. De omschrijving wordt daarom volgens de Minister van LNV verduidelijkt. Daarbij wil zij echter ook een belangrijke wijziging doorvoeren. Voormalige melkkoeien die niet meer worden gemolken, maar worden afgemest, blijven tot twaalf maanden na de geboorte van het laatste kalf tot diercategorie 100 ‘Melk- en kalfkoeien” behoren. Dit betekent dat men voor deze dieren over fosfaatrechten moet beschikken, ook al heeft men een bedrijf dat louter voormalige melkkoeien vetmest.
 
Zelfzuivelaars
In de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet staat op dit moment dat zelfzuivelaars bij de bepaling
van de excretieforfaits moeten rekenen met een gemiddelde melkproductie van 7.500 kg melk
per koe en een ureumgehalte van 26 mg per 100 gram melk. Er is sprake van een zelfzuivelaar indien de landbouwer ten minste 50% van de op het eigen bedrijf geproduceerde melk zelf verwerkt tot eindproduct. Volgens het voorstel moeten biologische bedrijven vanaf 2020 uitgaan van een productie van 6.580 kg melk per koe en een ureumgehalte van 22 mg per 100 gram melk. Voor overige bedrijven zijn deze waarden 8.447 kg resp. 22,4 mg. Dit heeft tot gevolg dat de laatste groep bedrijven voor dezelfde omvang van de veestapel over een hoger aantal fosfaatrechten moeten beschikken. Biologische bedrijven hoeven daarentegen minder rechten te hebben.
 
Definitieve regeling
Het voorstel heeft tot 14 augustus ter inzage gelegen. Gedurende deze periode kon men hierop reageren. Deze reacties kunnen nog van invloed zijn op de definitieve regeling. De wijzigingen zouden per 1 januari 2020 in werking moeten treden.
Agrariërs Datum: 26 augustus 2019
Urenmutatie invoerenUrenmutatie invoeren Personeel aanmeldenPersoneel aanmelden Personeel aanmeldenAdministratie online

Van Opijnen & Voskuil

Van Opijnen & Voskuil Fiscaal en Financieel advies
ADe Standerd 10 A
  3774 SC Kootwijkerbroek
T0342 44 3103
F0342 44 4692
Einfo@opijnenvoskuil.nl

Partners

Kvk Register Belasting adviseurs Belastingdienst Privacy Policy
Wilhelm marketing