29 november 2017

Eindejaars- en nieuwjaarstips fiscaal

Uw urenadministratie 
Wanneer u in aanmerking wilt komen voor de zelfstandigenaftrek moet u in 2017 minimaal 1.225 uren werkzaam zijn in uw onderneming. De uren die u als gevolg van ziekte niet hebt kunnen werken, tellen niet mee bij de beoordeling of u aan het criterium hebt voldaan.

Een ondeugdelijke urenstaat kan ertoe leiden dat de inspecteur u de zelfstandigenaftrek en andere ondernemersfaciliteiten weigert. Leg de gewerkte uren daarom nauwkeurig vast. Bovendien moet van uw totale werkzaamheden meer dan 50% aan uw onderneming zijn besteed. De 50%-eis geldt niet voor starters.

Ook voor de meewerkaftrek en de startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid is een urenadministratie van belang.

Laat uw herinvesteringsreserve niet verlopen
Hebt u een herinvesteringsreserve gevormd, omdat u de afgelopen drie jaren een bedrijfsmiddel voor meer dan de boekwaarde hebt verkocht? Zorg er dan voor dat u deze benut voor nieuwe investeringen. Doet u dit niet binnen drie jaar, dan komt de reserve vrij ten gunste van het bedrijfsresultaat en zal hierover alsnog belasting betaald moeten worden.

Investeringsaftrek
Als u in 2017 een bedrag tussen € 2.300 en € 312.177 investeert in bedrijfsmiddelen voor uw onderneming, kunt u in aanmerking komen voor de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek. Uitgesloten zijn onder meer: grond, personenauto’s, quota, bedrijfsmiddelen minder dan € 450 en bedrijfsmiddelen die voor meer dan 70% worden verhuurd aan derden. De hoogte van de aftrek is afhankelijk van de totale investeringen.

Tabel: hoogte investeringsaftrek

Investeringsbedrag Aftrek

Meer dan   Niet meer dan

-                   € 2.300               Nihil
€ 2.300       € 56.192            28%
€ 56.192     € 104.059          € 15.734
€ 104.059   € 312.176          € 15.734, minus 7,56% van het
                                                     bedrag boven € 104.059
€ 312.176                                 Nihil 

Voor de hoogte van de investeringsaftrek is het jaar van aangaan van de investeringsverplichtingen bepalend. Daadwerkelijke aftrek in het jaar van investeren kan alleen plaatsvinden indien het bedrijfsmiddel in gebruik is genomen of is betaald.

Het recht op investeringsaftrek vervalt indien:

• binnen 12 maanden na het aangaan van de verplichting minder dan 25% van het investeringsbedrag is betaald, tenzij het bedrijfsmiddel in deze periode in gebruik is genomen;
• het bedrijfsmiddel niet in gebruik is genomen binnen drie jaar na het begin van het kalenderjaar waarin de investering is gedaan. 

Een goede planning van investeringen kan leiden tot een hogere investeringsaftrek. Zet daarom de verrichte en de geplande investeringen op een rij om een optimale planning te maken. 

Let op de desinvesteringsbijtelling
Indien u een bedrijfsmiddel waarvoor u investeringsaftrek heeft ontvangen binnen vijf jaar na aanvang van het investeringsjaar verkoopt, kunt u te maken krijgen met een desinvesteringsbijtelling. Dit is ook het geval als het bedrijfsmiddel wordt overgebracht naar privé of als de investering door een andere aanwending het karakter krijgt van een uitgesloten investering.

De bijtelling bedraagt het feitelijk genoten percentage investeringsaftrek over de overdrachtsprijs. Deze bijtelling kan nooit hoger zijn dan de genoten investeringsaftrek.

Vorming voorziening
Door de aangekondigde verlaging van de tarieven in de vennootschapsbelasting, kan het aantrekkelijk zijn om voor bepaalde toekomstige uitgaven een voorziening te treffen. Was er in het verleden alleen sprake van voordeel door uitstel van belastingheffing, nu komt daar een tariefsvoordeel bij.

Terugvragen btw oninbare vorderingen
Als er een factuur wordt gestuurd aan klanten, moet de btw direct aangegeven en betaald worden. De btw kan teruggevraagd worden zodra het zeker is dat de vordering geheel of gedeeltelijk oninbaar is. Vanaf 1 januari 2017 wordt de vordering in ieder geval als oninbaar aangemerkt uiterlijk een jaar na het verstrijken van de afgesproken uiterste betaaldatum. Als er geen betalingstermijn is vastgelegd, geldt de wettelijke betalingstermijn van 30 dagen.

Er geldt een overgangsregeling voor vorderingen met een uiterste betaaldatum vóór 1 januari 2017, die op deze datum nog niet oninbaar waren. Bij deze vorderingen begint de termijn van een jaar op 1 januari 2017. Dit betekent deze vordering op 1 januari 2018 als oninbaar wordt aangemerkt, wanneer deze op die datum nog steeds niet is ontvangen. Wanneer de oninbaarheid van deze vordering in de loop van 2017 op een andere wijze is komen vast te staan, ontstaat op dat moment al het recht op teruggaaf.

De btw moet in het juiste tijdvak worden teruggevraagd, anders kan de teruggaaf worden geweigerd door de Belastingdienst.

Schenkingen
Ouders mogen in 2017 € 5.320 belastingvrij schenken aan hun kinderen of pleegkinderen. Er mag eenmalig aan kinderen tussen de 18 en 40 jaar maximaal € 25.526 (jaar 2017) belastingvrij worden geschonken. Deze vrijstelling kan onder voorwaarden verhoogd worden naar € 53.176 als het kind het geld gebruikt voor een dure studie of naar € 100.000 voor de financiering van een woning.

Voor overige verkrijgers (bijvoorbeeld grootouders aan kleinkinderen) is in 2017 maximaal € 2.129 vrijgesteld. Als dit jaar meer geschonken wordt dan het vrijgestelde bedrag of als er van de verhoogde vrijstelling gebruik wordt gemaakt, moet vóór 1 maart 2018 een schenkingsaangifte worden ingediend bij de Belastingdienst.

Agrariërs Datum: 29 november 2017
Urenmutatie invoerenUrenmutatie invoeren Personeel aanmeldenPersoneel aanmelden Personeel aanmeldenAdministratie online

Van Opijnen & Voskuil

Van Opijnen & Voskuil Fiscaal en Financieel advies
ADe Standerd 10 A
  3774 SC Kootwijkerbroek
T0342 44 3103
F0342 44 4692
Einfo@opijnenvoskuil.nl

Partners

Kvk Register Belasting adviseurs Belastingdienst Privacy Policy
Wilhelm marketing